STAMOS

Onderwijsarbeidsmarkt in cijfers

Lijst van gehanteerde definities

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Aanbodzijde arbeidsmarkt
Tot de aanbodzijde van de arbeidsmarkt worden alle personen gerekend (werkend of werkloos) die zich daadwerkelijk aanbieden op de arbeidsmarkt.
ABP-sectoren
Dit zijn de verschillende overheidssectoren, namelijk onderwijs en wetenschappen, rijk, politie, rechterlijke macht, defensie, provincies, gemeenten, waterschappen en openbare nutsbedrijven.
Allochtoon
Zie niet-westerse allochtoon en westerse allochtoon.
AOC
Agrarisch Opleidingscentrum. De agrarische opleidingscentra in Nederland zijn ontstaan uit een fusie van lagere agrarische scholen (zgn. vbo-scholen) met middelbare landbouwscholen, middelbare tuinbouwscholen en middelbare bosbouwscholen.
Arbeidsmarktkrapte
De verhouding tussen het aantal openstaande vacatures en het aantal direct inzetbare werkzoekenden. Zie ook vacatures.
Arbeidspotentieel/potentiële beroepsbevolking
De bevolking van 15 tot en met 64 jaar.
Arbeidsmarktsectoren
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maakt in de arbeidsmarkt onderscheid tussen de sector overheid, de gesubsidieerde sector en de particuliere bedrijven.

Tot de overheidssector behoren onderwijs en wetenschappen, rijk, politie, rechterlijke macht, defensie, provincies, gemeenten, waterschappen en openbare nutsbedrijven.

Arbeidsparticipatie
Het begrip arbeidsparticipatie valt uiteen in bruto en netto arbeidsparticipatie.
  • Bruto Arbeidsparticipatie: het percentage van de potentiële beroepsbevolking dat een baan voor tenminste 12 uur per week heeft of een baan zoekt voor tenminste 12 uur.
  • Netto Arbeidsparticipatie: Het percentage van de potentiële beroepsbevolking dat een betaalde baan heeft.
Arbeidsvolume
Onder arbeidsvolume wordt hier verstaan de totale werkgelegenheid uitgedrukt in fulltime-equivalenten (fte's). Dit wordt berekend door het aantal werkzame personen te vermenigvuldigen met hun aanstellingsomvang.
Autochtoon
Personen van wie beide ouders in Nederland geboren zijn. Zie ook etniciteit.
Bapo-regeling
Bevordering ArbeidsParticipatie Ouderen. De doelstelling van deze regeling is het aantrekkelijk maken om aan het arbeidsproces te blijven deelnemen door taakverlichting en/of taakvermindering. Een personeelslid van 52 jaar of ouder kan ervoor kiezen gebruik te maken van deze regeling en de feitelijke werktijd te verminderen. Vanaf 52-jarige leeftijd kan dat voor een tiende van de betrekkingsomvang, vanaf 56 voor twee tiende. Hiervoor moet betrokkene een klein deel van zijn salaris inleveren.
Begintraject
Het begintraject is ingevoerd om de beginsalarissen voor onderwijspersoneel op te trekken. Hierbij stromen nieuwe personeelsleden niet meer in de aanloopschaal in die bij de functie hoort, maar worden ze ingeschaald in het begintraject. Dit traject bestaat uit een reeks van salarisbedragen die vooraf gaat aan de laagste aanloopschaal behorend bij een functie, de salarissen liggen in het traject hoger dan die aan het begin van de aanloopschaal. In de praktijk leidt dit achtereenvolgens tot een daling van het aantal mensen dat in het primair onderwijs wordt ingeschaald in schaal 7, in schaal 8 in het voortgezet onderwijs en schaal 7, 8 en 9 in de beroeps- en volwasseneneducatie.

Met ingang van het jaar 2000 is het begintraject formeel afgeschaft en wordt men direct in de maximumschaal ingeschaald.

Beroepsbevolking
Hierbij gaat het om personen die tenminste twaalf uur per week werken of werk zoeken voor minimaal twaalf uur per week. Van de beroepsbevolking worden personen die ten minste twaalf uur per week werken tot de werkzame beroepsbevolking gerekend en degenen die niet of minder dan twaalf uur per week werken tot de werkloze beroepsbevolking. Als leeftijdscriterium geldt 15 tot en met 64 jaar.
Beroepsrendement
Beroepsrendement is het percentage afgestudeerden dat één jaar na afstuderen werkzaam is in het onderwijs.
BNP
Bruto Nationaal Product. Het BNP is de totale (geld)waarde van alle in een land geproduceerde goederen en diensten gedurende een bepaalde periode (meestal een jaar) plus de door de inwoners van het eigen land in het buitenland verdiende primaire inkomens minus de door buitenlanders in het betreffende land verdiende primaire inkomens. Het BNP per hoofd van de bevolking is een maat voor de welvaart van een land.
Bve
Beroeps- en volwasseneducatie. De bve-sector wordt ook wel geduid als 'mbo-sector'.
BWOO
Besluit Werkloosheid Onderwijs- en Onderzoekspersoneel. Werknemers die voor 1 januari 2001 zijn ontslagen, krijgen/kregen een uitkering op grond van de BWOO.
Bovenwettelijke WW
De bovenwettelijke WW-uitkering bestaat meestal uit een aanvullende uitkering en een aansluitende uitkering. De aanvullende uitkering vult de hoogte van de WW-uitkering aan. De aansluitende uitkering verlengt de periode van de gewone WW-uitkering.

Recht op een aansluitende uitkering bestaat als dat onder de oude wachtgeldregeling ook het geval was. De hoogte en de duur van de bovenwettelijke WW-uitkering verschilt per overheidssector. Om voor een bovenwettelijke WW-uitkering in aanmerking te komen, moet er recht bestaan op de gewone WW-uitkering.

BZK
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
CBAP
Centraal Bureau Aanmelding en Plaatsing.
CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek.
Cohort
Dit betreft een 'jaargang van studenten' dat in een bepaald jaar instroomt in een opleiding.
Cumi-leerling
Een cumi-leerling is een leerling die tot een culturele minderheid behoort. Het gaat om kinderen uit een beperkt aantal herkomstlanden, kinderen van toegelaten vluchtelingen en een groep 'overigen', namelijk kinderen van wie tenminste één van de ouders afkomstig is uit een niet-Engelstalig land buiten Europa met uitzondering van Indonesië. Deze kinderen worden geregistreerd op basis van het formatie- en bekostigingsbesluit WPO.

Het begrip 'allochtone leerling' is breder dan het begrip 'cumi-leerling' en omvat bijvoorbeeld ook leerlingen uit Europese landen.

Deeltijdarbeid/deeltijdwerk
Werk dat geen volledige dag- of weektaak in beslag neemt, maar wel een vaste gebruikelijke arbeidsduur per week.
Etniciteit
Met etniciteit wordt hier verwezen naar de afkomst van een persoon. Zie hiervoor autochtoon, westerse allochtoon, niet-westerse allochtoon.
EU19
De EU19-landen bestaan uit de 15 EU lidstaten die tot de uitbreiding van 2004 de EU vormden, aangevuld met Tsjechië, Hongarije, Polen en Slowakije. De 15 EU lidstaten die tot de uitbreiding van 2004 de EU vormden zijn: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Verenigd Koninkrijk en Zweden.
FPU
Flexibel Pensioen en Uitkering. Regeling waarmee werknemers die pensioen opbouwen vanaf 55 jaar kunnen stoppen met werken. De hoogte van de uitkering is hoger wanneer men na het 62ste jaar gebruik gaat maken van deze regeling, dan wanneer men dit daarvóór doet. De FPU-regeling is in 1997 ingevoerd als vervanger voor de VUT-regeling en is zelf ook een aflopende regeling.
Fte
Fulltime-equivalent. Rekeneenheid waarmee de omvang van een dienstverband of de personeelssterkte kan worden uitgedrukt.

Eén fte is een volledige werkweek. Het aantal uren dat een volledige werkweek beslaat, verschilt per sector.

Functieschaal
De specifieke salarisschaal die bij een bepaalde functie hoort.
G5
De vier grootste gemeenten van Nederland (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) plus Almere.
Herintredende vrouwen
Vrouwen die na een aantal jaren zonder betaalde arbeid wensen terug te keren in het formele arbeidsproces.
HEVA
Herleid tot Volledige Arbeidsongeschikte. Dit is een binnen de WAO gehanteerde maat voor het volume van de arbeidsongeschiktheid. Eén volledige arbeidsongeschikte is één HEVA, één gedeeltelijk arbeidsongeschikte is een gedeeltelijke HEVA.
ISCED
International Standard Classification of Education, dit betreft een internationale standaard om het onderwijs in te delen. Op deze wijze zijn de verschillende onderwijssystemen tussen landen onderling vergelijkbaar.
ID-banen
In- en doorstroom-banen. Dit waren voorheen de Melkertbanen.
IP
InvaliditeitsPensioen. Dit is een bovenwettelijke uitkering voor overheidspersoneel, die bedoeld is als aanvulling op de WAO-uitkering.
IVA
Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten. Een verzekering die valt onder de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De WIA bestaat uit twee verzekeringen: de Regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) bij kortdurend verzuim en bij uitzicht op herstel en de IVA als er geen uitzicht (of zeer kleine kans) op herstel is. Zie ook WIA.
LWOO
Leerweg ondersteunend onderwijs.
Mbo
Middelbaar beroepsonderwijs. De mbo-sector wordt ook wel geduid als 'bve-sector'.
Netto arbeidsparticipatie
Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de potentiële beroepsbevolking.
Niet-westerse allochtonen
Een persoon die zelf in het buitenland is geboren of van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren. Allochtonen waarvan het land Turkije is of het land van herkomst ligt Afrika, Azië (behalve Indonesië en Japan), Latijns-Amerika worden gerekend tot de niet-westerse allochtonen. Van een in het buitenland geboren allochtoon wordt zijn geboorteland als herkomstland beschouwd.
NSA
Nederlandse Schoolleiders Academie. De NSA is een onafhankelijk instituut van en voor leidinggevenden in het primair onderwijs. De NSA stimuleert en bewaakt de beroepskwaliteit en bevordert de deskundigheid van schoolleiders in het primair onderwijs.
OESO
Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. De OESO is een internationaal samenwerkingsverband van 30 landen om sociaal economisch beleid te bestuderen, bespreken en te coördineren. Jaarlijks publiceert het OESO 'Education at a Glance', een internationaal overzicht van cijfers over het onderwijs.
Overig verzuim
Naast ziekteverzuim is er ook het overig verzuim. Dit betreft de afwezigheid in verband met zwangerschapsverlof, ouderschapsverlof, buitengewoon verlof en dergelijke.
Participatiegraad
De bruto participatiegraad omvat de werkzame en werkloze beroepsbevolking (15-64 jaar) in procenten van de bevolking (15-64 jaar). De netto participatiegraad omvat de werkzame beroepsbevolking (15-64 jaar) in procenten van de bevolking (15-64 jaar). Zie ook arbeidsparticipatie.
Po
Primair onderwijs. Het primair onderwijs bestaat uit het basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs en de WEC (Wet op Expertisecentra). De WEC betreft het (voortgezet) speciaal onderwijs.
RBA
Regionaal Bureau voor de Arbeidsvoorziening. Bestuurlijke, landelijk dekkende indeling van 28 RBA's ten behoeve van de uitvoering van de Arbeidsvoorzieningswet. Het RBA had verschillende taken, die tegenwoordig worden waargenomen door de CWI's. De RBA's zijn in 2002 vervangen door RPA's, de bestuurlijke indeling wordt echter nog wel gebruikt voor arbeidsmarktinformatie.
RDO
Register Directeur Onderwijs. Dit is een door het NSA opgezet register voor alle leidinggevenden in het primair onderwijs en heeft tot doel de beroepskwaliteit van de geregistreerde leidinggevenden te bewaken en hun professionaliteit te bevorderen.

De titel is beschermd en kan door personen worden gevoerd wanneer zij voldoen aan bepaalde criteria die door de beroepsgroep zijn vastgesteld.

Registergegevens
Registergegevens zijn gegevens die uit een register komen waardoor ze betrekking hebben op de hele populatie. Dit in tegenstelling tot een steekproef. Voorbeelden van een register zijn de databestanden van de IB-groep of de belastingdienst.
RPA
Regionaal Platform Arbeidsmarktbeleid. Een RPA is een regionaal samenwerkingsorgaan op het terrein van de arbeidsmarkt en is opgebouwd uit gemeenten. Voor arbeidsmarktinformatie zijn in 2002 34 RPA-gebieden afgeleid uit de 131 werkgebieden van de CWI's. De RPA-indeling is landelijk dekkend en vervangt met ingang van 2002 de eerder gebruikte RBA-indeling. In 2005 is een aantal wijzigingen doorgevoerd. Klik hier voor het overzicht van RPA-gebieden en klik hier voor een overzicht van de RPA-gebieden naar gemeente en provincie
Salarisschalen
De salarisschalen 9 tot en met 13 van de leraar zijn in 2000 vervangen door de salarisschalen A tot en met E. De schalen AA tot en met AE zijn van toepassing op de adjunct-directeuren. De schalen DA tot en met DE zijn van toepassing op de directeuren. En de salarisschalen LA tot en met LE zijn van toepassing op de leraren.
Sbao
Speciaal basisonderwijs.
Secundair onderwijs
De indeling naar secundair onderwijs is op Stamos gebaseerd op de International Standard Classification of Education (zie ook ISCED). Deze sector bestaat uit het lager secundair onderwijs en het hogere secundair onderwijs. Lager secundair onderwijs is het best vergelijkbaar met het Nederlandse voortgezet onderwijs. Hogere secundair onderwijs is het best vergelijkbaar met de Nederlandse mbo- en aoc-instellingen en de bovenbouw van de havo en vwo.
So
Speciaal onderwijs, zoals beschreven in de WEC (Wet op Expertisecentra). Het speciaal onderwijs start voor kinderen vanaf 3 jaar en gaat over in het voortgezet speciaal onderwijs voor kinderen tot de leeftijd van 20 jaar. Het wordt altijd gezamenlijk aangeduid als het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so). Het (v)so wordt gegeven op de zogenaamde clusterscholen:
  • cluster 1 instellingen voor kinderen met een visuele handicap;
  • cluster 2 scholen voor kinderen met een communicatieve of auditieve handicap: gehoor-, taal- en/of spraakproblemen;
  • cluster 3 scholen voor kinderen met een verstandelijke en/of lichamelijke handicap;
  • cluster 4 scholen voor kinderen met een psychiatrische- of gedragsstoornis.
Spanningsindicator
De spanningsindicator geeft de verhouding weer van de onvervulde vraag ten opzichte van de werkgelegenheid. Het is een indicator om de arbeidsmarktsituatie te karakteriseren en in relatieve zin vergelijkingen te kunnen maken tussen bepaalde groepen.
Steekproefgegevens
Het betreffen gegevens afkomstig uit een steekproef. De gegevens hebben geen betrekking op de volledige populatie, maar zijn wel (zoveel mogelijk) representatief voor de volledige populatie.
Studierendement
Studierendement is het percentage studenten dat na vijf jaar studie de opleiding met succes heeft afgerond.
Tertiair Onderwijs
De indeling naar tertair onderwijs is gebaseerd op de International Standard Classification of Education (zie ook ISCED). Het bestaat uit zowel het tertiair-type A onderwijs, als uit het tertiair-type B onderwijs. Tertiair-type A betreft theoretisch onderwijs. Dit onderwijs wordt niet alleen aan universiteiten gegeven en is het beste vergelijkbaar met het Nederlands hoger onderwijs. Tertiair-type B betreft onderwijs vooral gericht is op praktische, technische of professionele vaardigheden voor directe toegang tot de arbeidsmarkt. Het is het best vergelijkbaar met het Nederlandse mbo of de meer praktijkgerichte hbo's.
Vacature
Een vacature is een arbeidsplaats die onbezet is en waarvoor door middel van werving geprobeerd wordt om deze arbeidsplaats in te vullen.

Binnen de vacatures wordt het volgende onderscheid gemaakt:

  • ontstane vacatures: de vacatures die in een bepaalde periode zijn ontstaan;
  • vervulde vacatures: de vacatures die in een bepaalde periode zijn vervuld;
  • openstaande vacatures: de vacatures die op het einde van het 3e kwartaal nog openstaan (kwartaalcijfer), respectievelijk het gemiddelde aantal openstaande vacatures op het einde van vier kwartalen (jaarcijfer);
  • moeilijk vervulbare vacatures: vacatures die door werkgevers als moeilijk vervulbaar worden beschouwd;
  • vacature-intensiteit: het aantal vacatures (in fte) als percentage van de werkgelegenheid;
  • vacaturegraad: het aantal ontstane vacatures als percentage van het aantal banen van werknemers (CBS-definitie) of aantal vacatures per duizend banen; indicator dynamiek arbeidsmarkt;
  • Vervangingsvacatures: het aantal vervangingsvacatures is gedefinieerd als het aantal vacatures dat vervuld moet worden om na vertrek van werknemers het aantal banen van werknemers op het oorspronkelijke peil te houden.
Vervangingspercentage
Het vervangingspercentage geeft aan voor welk gedeelte van de verzuimgevallen vervanging is gerealiseerd.
Verzuim
Zie overig verzuim en ziekteverzuim.
Vooraanmelding
Voorafgaand aan de definitieve inschrijving aan een opleiding dienen aankomende studenten een vooraanmelding te doen. Bron van de vooraanmeldingen is het CBAP (Centraal Bureau Aanmelding en Plaatsing) van de IB-groep. De gegevens zijn gebaseerd op de eerste opleiding waarvoor men zich aanmeldt, ongeacht of men zich later nog voor andere opleidingen inschrijft. Mocht men dus tussentijds van mening veranderen, dan blijft de eerste opleiding toch staan. Uitzondering hierop zijn opleidingen met een numerus fixus. Een vooraanmelding bij één van deze opleidingen wordt altijd als eerste vooraanmelding gezien.
VUT
Vervroegde Uittreding. Deze regeling is sinds april 1997 vervangen door de FPU-regeling.
Vo
Voortgezet onderwijs.
Vso
Voortgezet speciaal onderwijs. Dit is speciaal onderwijs voor kinderen van 12-19 jaar.
WAO
Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering. De WAO verzekert werknemers die langer dan een jaar geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn, van een loonvervangende uitkering. Om in aanmerking te komen voor de WAO, moet de werknemer 12 maanden ziek zijn en tenminste voor 15% arbeidsongeschikt zijn verklaard.

Per 29 december 2005 is de WAO vervangen door de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).

Wachtgeld
Het wachtgeldvolume heeft betrekking op personen uitgedrukt in fulltime-equivalenten (fte) die in aanmerking komen voor een uitkering op grond van het Besluit Werkloosheid Onderwijs- en Onderzoekspersoneel. Werknemers die voor 1 januari 2001 zijn ontslagen, krijgen/kregen een uitkering op grond het BWOO. Vanaf 2005 is deze reeks afgesloten. De wachtgeldregeling is vanaf dat jaar niet meer van kracht.
WEC
Wet op de Expertise Centra. De WEC betreft het (voortgezet) speciaal onderwijs.
Werkzame beroepsbevolking
Alle personen van 15-64 jaar die minimaal twaalf uur per week werken. Personen die minder dan twaalf uur per week werken, behoren niet tot de werkzame beroepsbevolking.
Werkgelegenheid
Het aantal werkzame personen ongeacht de aanstellingsomvang.
Westerse allochtonen
Een persoon die zelf in het buitenland is geboren of van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren. Allochtonen van wie het land van herkomst ligt in Europa (behalve Turkije), Noord-Amerika, Indonesië, Japan of Oceanië (o.a. Australië en Nieuw Zeeland) worden gerekend tot de westerse allochtonen. Van een in het buitenland geboren allochtoon wordt zijn geboorteland als herkomstland beschouwd.
WIA
Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen. Een Nederlandse wet die op 29 december 2005 in werking is getreden en de opvolger is van de WAO. De wet regelt een uitkering voor de periode na de wettelijke loondoorbetalingstermijn bij ziekte van 104 weken. De WIA geldt voor mensen die op of na 1 januari 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden. Degenen die voor die datum al arbeidsongeschikt waren, blijven onder de WAO vallen. De WIA bestaat uit twee verzekeringen: de Regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) bij kortdurend verzuim en bij uitzicht op herstel en de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) als er geen uitzicht (of zeer kleine kans) op herstel is.
WGA
regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten. Een verzekering die valt onder de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De WIA bestaat uit twee verzekeringen: de Regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) bij kortdurend verzuim en bij uitzicht op herstel en de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) als er geen uitzicht (of zeer kleine kans) op herstel is. Zie ook WIA.
WPO
Wet op het Primair Onderwijs.
WW
Werkloosheidswet. Werknemers die sinds 1 januari 2001 zijn ontslagen, krijgen een uitkering op grond van de WW. Daarnaast komen zij eventueel in aanmerking voor een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering.
Ziekteverzuim
Het ziekteverzuimpercentage geeft aan welk deel van de beschikbare werktijd in een kalenderjaar verloren is gegaan aan ongeschiktheid van werknemers tot het verrichten van arbeid ten gevolg van ziekte. Dit percentage is bij de vermelde sectoren exclusief zwangerschaps- en bevallingsverlof. Voor de overheidssectoren, waaronder onderwijs kan vallen, is dit cijfer inclusief ziekte langer dan één jaar.

Er worden vier typen verzuimcijfers gepresenteerd:

  1. het verzuimpercentage: dit geeft aan welk deel van de werktijd in een kalenderjaar verloren is gegaan wegens ziekteverzuim van werknemers;
  2. de meldingsfrequentie: dit geeft het gemiddeld aantal meldingen per werknemer aan;
  3. de gemiddelde verzuimduur: dit geeft aan hoeveel dagen werknemers per verzuimgeval gemiddeld hebben verzuimd;
  4. het nulverzuim: dit is het percentage werknemers dat zich in een kalenderjaar niet ziek heeft gemeld.

 

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Statistieken ArbeidsMarkt OnderwijsSectoren

• dit is een reflexis systeem •